Het meer was ooit
zee
Een combinatie van springtij en een zware noordwesterstorm zette in de nacht
van 31 januari en 1 februari 1953 grote delen van Zeeland, Zuid-Holland en
westelijk Noord-Brabant blank. Om dit te voorkomen werd het
Deltaplan uitgevoerd. De eerste stap in een
lange reeks van veiligheidsmaatregelen in het kader van het Deltaplan was
de afsluiting van het Veersegat
door de bouw van de Zandkreekdam en de Veerse Dam.
Op
27 april 1961 eindigde de geschiedenis van het Veersegat en begon de
toekomst van het Veerse Meer. Op die dag werden de schuiven gesloten van
de zeven caissons die in het sluitgat waren gevaren. Het water
van de Noordzee werd vanaf toen de toegang ontzegd.
Inrichting
Als gevolg van de afsluiting van het Veersegat kwam ruim tweeduizend
hectare land permanent droog te liggen. Ruim zeventienhonderd hectare bleef permanent water.
Het Veerse Meer is tweeëntwintig kilometer lang, hier en
daar anderhalf kilometer breed en op sommige plaatsen twintig meter diep.
Het
peilbeheer wordt vooral aan de behoefte van de landbouw afgestemd: ’s
winters een laag peil, zodat de polders snel het overtollige water kwijt
kunnen raken, ’s zomers een hoger peil om de akkers tegen verdroging te
beschermen. Het in- en uitlaten van het water om het peil te regelen, gaat
vooral via een Spuisluis in de
Zandkreekdam, genaamd Katse Heule.
Dankzij
dit doorlaatmiddel kan er gemiddeld veertig kubieke meter zout water
per seconde uit de Oosterschelde
naar het Veerse Meer stromen. Bij eb stroomt evenveel water uit
het Veerse Meer naar de Oosterschelde.
|